Skip to content

Krassen op de ziel

Andrea Arnold en Lynne Ramsay verschenen allebei rond de eeuwwisseling op het toneel, om een nieuwe, rauwe energie toe te voegen aan de Britse cinema. Beide filmmakers excelleren in vrouwenportretten, ook als het om een doodgewone melkkoe gaat. Ze staan dit najaar samen centraal in het filmprogramma Britain’s Brightest.

Door Belinda van de Graaf15 december 2023

Een jongetje rolt zich spelend op in een gordijn, om er door zijn moeder weer hardhandig uitgerold te worden. Voor een beetje dromen en dollen is geen plaats in het Glasgow van de jaren zeventig. In Lynne Ramsays debuut Ratcatcher (1999) wordt het jongetje door zijn zwoegende moeder terug de werkelijkheid ingeduwd. De werkelijkheid van de verkrotte huurwoning, de drinkende vader en het afval dat niet wordt opgehaald en zich opstapelt op straat.

still uit Ratcatcher (Lynne Ramsay, GB 1999)

still from Ratcatcher (Lynne Ramsay, GB 1999)

still uit Ratcatcher (Lynne Ramsay, GB 1999)

still from Ratcatcher (Lynne Ramsay, GB 1999)

Ramsay werd in 1969 in het Schotse Glasgow geboren en groeide in de jaren zeventig zelf op in de arbeidersbuurt waar ze Ratcatcher situeerde. Ramsays moeder was schoonmaker, haar vader werkte onder meer op de scheepswerf. Toch kun je het rauwe realisme van Ratcatcher niet zomaar scharen onder het sociaal-realisme waarmee Britse filmmakers vanaf de jaren vijftig de blits maakten.

Om een indruk te geven: John Osborne’s Look Back in Anger zorgde in 1956 voor een kleine aardverschuiving. Het was het eerste toneelstuk met een arbeider in de hoofdrol. In 1959 werd het verfilmd door Tony Richardson met Richard Burton als de straatverkoper die fel uithaalt naar de upper middle class. Een andere pionier van het nieuwe realisme in Engeland was Karel Reisz die in Saturday Night and Sunday Morning (1960) een jonge fabrieksarbeider opvoerde als hoofdrolspeler. Dat was nog nooit vertoond.

Ken Loach gaf dat realisme in de jaren zestig een verdere impuls met zijn eerste films Poor Cow (1967) en vooral Kes (1969), het verhaal van een jongetje dat zich in een kansarme omgeving in het noorden van Engeland toelegt op het trainen van een jonge torenvalk. Speelfilms in documentaire stijl met amateurs in hoofdrollen, of een mix van bekend en onbekend talent, over het wel en wee van de Britse working class, gingen meer en meer het beeld van de Britse cinema bepalen

Rode luchtballon

De films van Lynne Ramsay passen in die Britse filmtraditie, net als de films van Andrea Arnold, maar ze wijken er ook van af. In Ratcatcher focust Ramsay op de 12-jarige James die tijdens het ravotten een vriendje in het stinkende kanaal duwt. Het vriendje verdrinkt en James leeft verder met een knagend schuldgevoel. Via zijn bleke snoet kijken we naar het harde bestaan van zijn familieleden en buren. Toch kan in Ratcatcher een muisje dat is vastgebonden aan een grote, rode luchtballon ook opeens naar de hemel vliegen. In Ramsays realisme sijpelt surrealisme.

James kan ook in de bus stappen, de grauwe stad met de rattenplaag verlaten en een korenveld in rennen. Dertig pence kost het busritje. Zoals Ramsay op haar zeventiende Glasgow verliet, om in Edinburgh beeldende kunst en fotografie te studeren, en later in Londen regie en camerawerk, zo is er voor James en zijn familie hoop, en misschien wel een uitweg.

De vrouw die kijkt

Ratcatcher wijkt af van het reguliere realisme, en hetzelfde zie je in het werk van Andrea Arnold die met haar debuut Red Road (2006) eveneens werd verwelkomd als een nieuw Brits talent. Beide regisseurs werden met hun eerste films meteen onthaald in Cannes. Wat ze toevoegden zou je een lyrisch realisme kunnen noemen, waarin complexe gevoelens en gedachten worden uitgewerkt.

Red Road
speelt in een zo mogelijk nog grauwere buurt in Glasgow. Het verhaal is opgetrokken rond een gigantische afbraakflat – destijds de hoogste flat van Europa – waar overwegend ex-bajesklanten wonen. In deze buurt treffen we Jackie, een vrouw met krassen op haar ziel die via haar werk als beveiligingsbeambte een ex-gedetineerde op het spoor komt en gaat volgen.

still uit Red Road (Andrea Arnold, GB/DK 2006)

still uit Red Road (Andrea Arnold, GB/DK 2006)

still uit Red Road (Andrea Arnold, GB/DK 2006)

still uit Red Road (Andrea Arnold, GB/DK 2006)

Evenals Ratcatcher heeft Red Road iets onheilspellends; in beide films is de dood in het spel. Dood en verrijzenis. Arnold bedient zich daarbij van een hypnotiserende spanning. Wat is er gebeurd? Wat drijft deze vrouw? Waar is ze naar op zoek? Wat wil ze van de man die ze obsessief volgt? Is het seks? Wraak? Onderdeel van een rouwproces?

Zeker is dat we van Arnold en Ramsay andersoortige vrouwenportretten kregen. In Red Road is het de vrouw die kijkt en de man die bekeken wordt. Hetzelfde zie je in Arnolds tweede film Fish Tank (2009), over Mia, een boos tienermeisje, vol vuur gespeeld door Katie Jarvis die door Arnold werd gevonden op een treinstation, terwijl ze ruzie stond te maken met haar vriend.

In Fish Tank, opnieuw gesitueerd in een troosteloze buitenwijk, laat Mia haar oog vallen op de vriend van haar jonge moeder die drinkend, rokend en seksend haar dagen slijt. Mia kijkt naar hem als hij op een ochtend half naakt in de keuken verschijnt. Haar ogen glijden over zijn rug, de rug van Michael Fassbender. Je voelt meteen een erotische spanning die tot ontlading komt als de 15-jarige Mia op een avond door haar moeders vrijer wordt ontmaagd.

still uit Fish Tank (Andrea Arnold, GB/NL 2009)

still uit Fish Tank (Andrea Arnold, GB/NL 2009)

still uit Fish Tank (Andrea Arnold, GB/NL 2009)

still uit Fish Tank (Andrea Arnold, GB/NL 2009)

Dansen

Andrea Arnold weet wel iets van volkse, vrouwelijke buitenstaanders. Ze werd in 1961 geboren uit een kortstondige tienerliefde in het Engelse plaatsje Dartford (Kent). Haar moeder was zestien, haar vader zeventien. “Ik ben opgegroeid in een arbeidersbuurt, een buitenwijk, er was thuis weinig toezicht, situaties waren vaak onvoorspelbaar. Ik denk dat ik daardoor erg oplettend werd”, aldus Arnold tijdens een interview in Cannes.

Zoals Mia, de 15-jarige schoolverlater in Fish Tank, zich uitdrukt met dansen, zo ging Andrea Arnold op haar zestiende van school om na wat omzwervingen bij de televisie te gaan werken. Ze had er allerlei baantjes als danser, acteur en presentator, om zich pas jaren later te realiseren dat ze liever achter de camera stond dan ervoor. En misschien, zo bedacht ze, waren haar eigen verhalen, die ze al van jongs af aan schreef, wel het verfilmen waard. Arnold ging na een carrière bij de televisie film studeren en maakte op haar 37e haar speelfilmdebuut.

Wilde strandvakantie

Lynne Ramsay bedacht zich ook. Ze maakte de overstap van de universiteit in Edinburgh naar de filmacademie in Londen toen ze Meshes of the Afternoon (1943) had gezien, een korte experimentele, surrealistische film van de Amerikaanse Maya Deren. Je ziet die invloed onder meer terug in Ramsays tweede film Morvern Callar (2002) met de fantastische Samantha Morton in de titelrol.

Morton speelt een jonge vrouw, een Schotse vakkenvulster, die haar vriend op een ochtend dood onder de kerstboom vindt. Hij heeft zelfmoord gepleegd, en een ongepubliceerde roman achtergelaten die Morvern alleen nog maar naar een uitgever hoeft te sturen. Haar vriend, o ijdelheid der ijdelheden, hoopt op postume roem.

still uit Morvern Callar (Lynne Ramsay, GB 2002)

still uit Morvern Callar (Lynne Ramsay, GB 2002)

still uit Morvern Callar (Lynne Ramsay, GB 2002)

still uit Morvern Callar (Lynne Ramsay, GB 2002)

Maar wat je eigenlijk continu ziet in het werk van Ramsay en Arnold: jonge vrouwen trekken hun eigen plan. Morvern zet pardoes haar naam onder het manuscript en vertrekt samen met haar beste vriendin, en het voorschot van de uitgever, voor een wilde strandvakantie naar Spanje. Morvern spreekt nauwelijks; Ramsay vertrouwt op beeld en geluid om haar energie voelbaar te maken, en niet te vergeten de elektronische muziek van Aphex Twin waardoor Morvern min of meer wordt gedragen.

In haar derde film We Need To Talk About Kevin richt Ramsay zich opnieuw op de gevoels- en denkwereld van een vrouw. In de verfilming van Lionel Shrivers gelijknamige roman gaat het om een moeder, gespeeld door Tilda Swinton, die moet zien te leven met het feit dat haar zoon een bloedbad heeft aangericht op school. Swinton is sterk als de eenzame, gekwelde geest die in de ogen van haar omgeving een monster heeft gebaard. Rood, de kleur van bloed, is in Ramsays psychologische horror alomtegenwoordig.

still uit We Need to Talk About Kevin (Lynne Ramsay, GB/US 2011)

still uit We Need to Talk About Kevin (Lynne Ramsay, GB/US 2011)

still uit We Need to Talk About Kevin (Lynne Ramsay, GB/US 2011)

still uit We Need to Talk About Kevin (Lynne Ramsay, GB/US 2011)

Vernietigende liefde

Precies zoals de kleur van modder regeert in Arnolds Wuthering Heights dat in hetzelfde jaar verscheen. We Need To Talk About Kevin stond in het voorjaar van 2011 in competitie in Cannes; Wuthering Heights in het najaar van 2011 in competitie in Venetië.

Niet zo verwonderlijk dat Arnold zich in Wuthering Heights, haar prachtige, rauwe Emily Brontë-verfilming, aan de zijde schaarde van de arme Heathcliff, de vreemdeling, de buitenstaander. “Ik film wat ik ken”, zei Arnold in interviews.

Wuthering Heights
is een roman uit 1847, over de intense, tumultueuze, vernietigende liefde tussen Cathy en Heathcliff die op een dag is komen aanwaaien. Spannend aan Arnolds verfilming is dat het leven in de negentiende-eeuwse Engelse heuvels het decor is van een duistere, sensuele wereld waarin, precies zoals in Ramsays Spanje-avontuur Morvern Callar, weinig wordt gepraat en des te meer wordt gevoeld. Een van Arnolds favoriete boeken is Sculpting in Time van Andrej Tarkovski. Van hem leerde ze emoties niet uit te spreken, maar te laten zien en voelen.

still uit Wuthering Heights (Andrea Arnold, GB 2013)

still uit Wuthering Heights (Andrea Arnold, GB 2013)

still uit Wuthering Heights (Andrea Arnold, GB 2013)

still uit Wuthering Heights (Andrea Arnold, GB 2013)

Zoete wreekster

Wat dat zien en voelen betreft, daar weet Ramsay ook wel raad mee in You Were Never Really Here (2017). Je zou haar vierde film zelfs een perfecte pre-MeToo-thriller kunnen noemen. Op het eerste gezicht is het een film over een Amerikaanse oorlogsveteraan à la Travis Bickle in Taxi Driver. Joaquin Phoenix, in Cannes uitgeroepen tot beste acteur, is bijna onherkenbaar, met flink wat extra kilo’s en een wilde baard. Hij speelt Joe, een man met een verleden, en een hamer in de aanslag. We zien flitsen van een gewelddadige vader en een huiveringwekkende oorlog.

Joe werkt in New York als huurmoordenaar. Een zwijgzame gestalte die heel kalm en precies te werk gaat. Zijn nieuwe missie: op Manhattan de minderjarige dochter van een bekende politicus uit een bordeel redden. Wat zich vervolgens ontrolt is een messcherpe thriller, een zinderende helletocht waarin Ramsay een perverse wereld onthult van mannen die hun macht misbruiken om seksueel aan hun gerief te komen, en hun invloed en rijkdom inzetten om ermee weg te komen.

still uit You Were Never Really Here (Lynne Ramsay, GB/FR/US, 2017)

still uit You Were Never Really Here (Lynne Ramsay, GB/FR/US, 2017)

still uit You Were Never Really Here (Lynne Ramsay, GB/FR/US, 2017)

still uit You Were Never Really Here (Lynne Ramsay, GB/FR/US, 2017)

Wat de film ook zo goed maakt is dat Ramsay in een fabelachtige, feministisch geïnspireerde omkering van rollen Nina, het meisje, weer haar kracht teruggeeft. Nina is niet het traditionele slachtoffer, sterker, ze ontpopt zich als zoete wreekster en misschien is zij wel degene die Joe redt. Joe, de verloren ziel die opgroeide in een wereld van mannelijk geweld. Mia die hetzelfde overkomt maar misschien net op tijd ontkomt.

Doodgewone melkkoe

Niet dat het altijd goed gaat met Europese regisseurs die naar Amerika trekken om een film te maken. Maar Ramsay slaagde wonderwel met You Were Never Really Here, en hetzelfde geldt voor Arnolds American Honey (2016). Beide filmmakers blijven dicht bij hun eigen verbeelding, hun eigen sterke stilering, misschien heeft het daarmee te maken.

Arnold toog naar Amerika om een roadmovie te maken, en zich te laven aan het mythische landschap van de Midwest. Toch verschilt American Honey nauwelijks van haar Engelse werk. Opnieuw concentreert ze zich op outsiders, op de ruwe onderkant en de effecten van ontworteling. Haar hele oeuvre is ervan doordrongen.

In American Honey sluit de 18-jarige Star zich aan bij jongeren die in een busje naar Kansas reizen om de deuren langs te gaan en tijdschriftenabonnementen te verkopen. Ze blowen, drinken, vrijen, zingen en geinen. Het vrije, blije leven, zo lijkt het, totdat Star inziet dat het anarchistische clubje wel degelijk regels heeft, en dat er een leider is die de sterkeren en de zwakkeren tegen elkaar uitspeelt. Het is een minimaatschappij met een baas en werknemers die straf krijgen als ze een grote mond hebben of hun best niet doen. Uiteraard wil de vrouwelijke baas de mannelijke topverkoper voor zichzelf.

still uit American Honey (Andrea Arnold, GB/US 2016)

still uit American Honey (Andrea Arnold, GB/US 2016)

still uit American Honey (Andrea Arnold, GB/US 2016)

still uit American Honey (Andrea Arnold, GB/US 2016)

American Honey is een fascinerende coming-of-age-film met een jonge hoofdrolspeelster, Sasha Lane, die door Arnold van het strand werd geplukt en gekoppeld aan acteur Shia LaBeouf. Zoals in Fish Tank, waarin de onbekende Katie Jarvis tegenover Michael Fassbender stond, gaat het om háár ontwaken.

Wat dat betreft verraste Cow (2021) misschien omdat het Arnolds eerste documentaire was, maar ook hier gaat het om een vrouwelijke hoofdrolspeler, een melkkoe. Luma heet ze en we volgen haar dagelijkse bestaan op een zuivelboerderij in Engeland. Je ziet hoe ze tussen de stalen hekken wordt geduwd, naar een bronstige stier wordt geleid. Je ziet hoe het kalfje van de moeder wordt gescheiden, onthoornd, gebrandmerkt. De schok is dat het allemaal zo vanzelfsprekend gebeurt, het duwen, trekken en sjorren aan Luma.

still uit Cow (Andrea Arnold, GB 2021)

still uit Cow (Andrea Arnold, GB 2021)

still uit Cow (Andrea Arnold, GB 2021)

still uit Cow (Andrea Arnold, GB 2021)

Cow is vooral een uitnodiging om je tot het leven van een doodgewone melkkoe te verhouden. Evenals Ramsays filmstijl is die van Arnold niet verklarend maar observerend, daarin schuilt een grote kracht.

Dit artikel verscheen eerder in het Filmjaarboek 2022-2023.

poster Britain's Brightest – De films van Andrea Arnold & Lynne Ramsay

Programma